Hier komen de reisverslagen c.q. ervaringen te staan die jij gemaakt hebt of nog gaat maken.  ;-))

Opsturen naar de webmaster  adri@avdvelde.nl
 

Bitje Hoed/Paul Kuijpers 

Hemelvaartdag 04.45 gaat de wekker in de haven van Colijnsplaat,  snel opfrissen en vertrekken richting Roompotsluis. Er staat niet veel wind en het regent. Zou het voor de derde keer weer misgaan? Eerder hadden  we met de boot van Gijs een poging ondernomen, echter nadat we gepakt en  gezakt, na het tanken wilden wegvaren uit Middelburg, startte de motor niet. De tweede keer waaide het in  Oostende zo hard, dat het andere bemanningslid niet meer  mee durfde.
Toen we even later bij de Domburgse rassen voeren twijfelden we of we door zouden varen of toch maar weer de Belgische kust aan zouden doen. We voeren met vol zeil aan de wind met de motor bij op 1000 toeren en besloten door te varen. 5 knopen door het water en ruim 8 en later 2,5 over de grond.  Met  stuurautomaat erbij hebben we om de beurt, Gijs zelfs 2,5 uur en ik 1 uur, geslapen, het zou tenslotte niet vroeg zijn bij aankomst in Ramsgate. Het leek dus een gezapig, rustig tochtje te worden.
Toen we ongeveer 30 miles voor Ramsgate waren raakten we in opperste extase. Tussen de 8 tot 10 dolfijnen kwamen ons opvrolijken. Ongelofelijk hoe snel ze langs de boot scheerden. Ik heb op mijn gemak minstens 40 foto’s gemaakt tot ik het zat werd want ze zijn minstens een uur bij onze boot gebleven.  Soms met 2 of 3 tegelijk sprongen ze boven het water uit. Je zag ze snelheid maken en op de boot afstormen. Geweldig. Even plotseling als ze gekomen waren, waren ze weer verdwenen, alsof ze uitgespeeld waren.
Op mijn nieuwe GPS-plotter vonden we moeiteloos de haven en waren met de AIS alle tegenliggers in de shippinglane te traceren. Om even voor 12 uur ’s nachts voeren we de haven van Ramsgate in. Om ongeveer dezelfde tijd kwamen er veel schepen binnen die aan de bokkenrijders race vanuit Oostende hadden meegedaan. Is dat iets voor volgend jaar??
We hadden een heerlijke dag in Engeland, een treinreisje naar Folkestone, een bezoek aan een vriend in een verpleeghuis en aan de plaatselijke roeiverening. Mijn bemanningslid was 40 jaar geleden voor het laatst op die vereniging geweest en wilde graag nog een keer terug. Iedere keer  als ik in Engeland ben met de boot ga ik even langs om oude vrienden gedag te zeggen of zelfs even te roeien op zee.  ’s Avonds zaten we in aan de curry in een India’s restaurant in Ramsgate.
De volgende dag rustig opgestaan en ontbeten. De spi schoten aangebracht en 8.45 Nederlandse tijd, weer het zeegat uit.  Er was kracht 4-5  zuidwest voorspeld met ocasionally 6 later ruimend 3-4 naar noord.  Het klopte aardig, een ideaal windje om op te schieten en een strak blauwe lucht.  Mijn vriend, een goed zeiler, had geen ervaring met een spinaker dus ik wachtte nog even om hem te zetten. Een uurtje later hoefde ik niet meer te twijfelen, de ocasionally 6 werd een constante 6, met grote golven die al de dag ervoor gevormd waren, zie het verhaal van Maurits met de CAP.  We surfden de golven af en genoten van de snelheid van de First. Onder de 8-10 knopen door het water kwamen we niet met alleen grootzeil en Genua 1.
Toen plotseling, ik zat alweer uren te sturen riep ik Gijs:  “ze zijn er weer!”  op ongeveer dezelfde plaats verschenen ze weer scherend langs ons schip. Zelfs met deze snelheid hielden ze ons met gemak bij als we 10-12 knopen voeren haalden ze ons met een flink aantal bewegingen met de staart met gemak in. Omdat ik mijn handen vol had aan het roer en al genoeg foto’s genomen had, liet ik mijn camera met rust. Tot ik me bedacht dat ik met mijn telefoon video opnamen kon maken. Ik probeerde opnamen te maken maar omdat ik niet goed op het zeilen lette, liep ik uit het roer. We lagen stil en ze waren verdwenen. Weer op snelheid doken ze weer bij ons op, fascinerend.  Zelfs hun staarten kwamen boven water als de voor ons uit het water sprongen. Ruim een uur hielden ze ons hoge tempo vol, ze moeten een fantastische conditie hebben.
De snelheid van de boot was geweldig, regelmatig zaten we op 12- 13 knopen en we haalden zelfs 15,3 en 16,6 knopen! (en volgens Maurits geeft mijn meter te weinig aan!) Voor Domburg aangekomen, plat voor het lapje, liet de shekkel van de genuaval los en viel de Genua in het water, omdat de Genua op het laatste stukje niet veel meer deed, plat voor de wind, hebben we die maar niet meer gehesen. Om 21.45 lagen we in de Roompotsluis.
We moesten nog 2 uur tegen de stroom naar Colijn varen voor we aan ons avondeten konden beginnen. (de friettent was al dicht Maurits!)

Met het gevoel  drie weken weggeweest te zijn doken we tevreden onze kooi in. Driemaal was scheepsrecht.
zie ook de foto`s

 

 

verslag kwalificatietocht

Een weekend lang varen…
…de cAp maakt zich klaar voor groter werk! 

Ik denk dat we een beetje geïnspireerd zijn door dezelfde boeken en dezelfde zeilhelden, Maurits Homan en ik. Het boek ‘Solozeilen’ van Nic Compton (Vertaling Henk Bezemer) is zeker één van die boeken en Tabarly één van die helden.
Shorthanded zeilen (een verzamelnaam voor solo- en doublehanded zeilen) over langere afstand is wat we allebei willen doen. Bij mij was het er met mijn eigen boot nooit van gekomen solo uit te varen – wel duo met een zeezieke vriendin naar Normandië. Maurits echter zeilt vaak alleen met zijn ‘cAp’, een First 31.7.

 Van droom tot plan

Sedert enkele jaren organiseert de Royal Southampton Yacht Club (RSYC) een doublehanded race van Southampton (Zuid-Engeland) naar Santander (Noord Spanje). Het is een race van veelal particuliere boten met aan het roer mensen met een ander beroep dan zeilen. Maar toch wordt er voor elke van de 500+ zeemijlen gezeild met het mes tussen de tanden. Bij aankomst echter wordt er door iedereen samen weer geweldig feestgevierd. Zo hoort het ook.
Ik had deze race al een tijdje in gedachten – geïnspireerd door al het goede dat ik erover gelezen had op PetitBateau. Maar het wegvallen van een eigen boot en met een co-schipper die het erg druk had met andere dingen, lagen de kaarten niet erg gunstig.
Tot aan de Mosselrace was dat. Ik was op de cAp terechtgekomen zonder te weten wat de verdere gevolgen zouden zijn. Na één van de Twilight races  die erop volgden vermeldde ik met een half woord de Solent-Santander droom die ik koesterde. Maurits was direct mee. De volgende dag belde hij me en ging de wagen serieus aan ’t rollen. Wow! Alles werd héél snel héél concreet.

 
Van plan tot race
Er zijn een aantal strenge voorwaarden verbonden aan de inschrijving voor deze race, die toch als ISAF category 2 door ’t leven gaat en dwars door de Golf van Biskaje snijdt.Een ‘survival at sea’ training is verplicht voor beide opvarenden, evenals een 150 mijls kwalificatietocht, de zogeheten ‘qualifier’. Wat dat laatste betreft herinnerde ik mij echter het humoristische essay van Jerry Freeman – één van de bezielers van PetitBateau – over ‘spring qualifiers’ ofte over de waanzin die nodig is om in maart of april, in hagel regen en sneeuw je kwalificatietocht te gaan varen, terwijl je boot maar pas in het water ligt en de nacht veel langer is dan de dag. Nee, dan liever nu nog snel snel die mijlen gaan doen. Uiteindelijk werd het weekend van 23 & 24 september hiervoor uitgekozen – goed zes weken na de Mosselrace dus.
Woensdagavond voor het vertrek hielden we nog een korte voorbereidingsmeeting. Bedoeling hiervan was om meerdere routes uit te stippelen voor diverse meteo-scenario’s, maar de wind bleek heel stabiel naar ZZO te neigen, dus beslisten we om vanuit de Roompot tot boven IJmuiden te varen en terug.
Maurits zeilde zijn boot vrijdagnamiddag solo van Wemeldinge naar de Roompot, waar hij ‘buitengaats’ op mij zou wachten en waar we om 20h zouden proberen te vertrekken. File op de Antwerpse ring, het vergeten zijn van het o zo noodzakelijke brood, weer file op de A58 en uiteindelijk het niet vinden van de weg naar de parking van de schuttingsplek langs zeezijde, maakten dat ik pas tegen negen uur daar was. Twintig minuten later voeren we de duisternis in.

Van Zuid naar Noord

De Banjaard is een smalle geul in het donker, maar we vonden vlot al onze boeien en geraakten druk navigerend in het open water. Eerstvolgende hindernis zou de Maasvlakte zijn, door Maurits omschreven als een soort snelweg voor mega tankers. En omdat we op dat moment zeker allebei op post wilden zijn, besloten we beiden op te blijven tot we daar voorbij waren. Tegen de tijd dat we goed en wel uit de banjaard-kluwen waren was dat immers maar tweeënhalf uur verderop meer. Achteraf bekeken is dat een beetje een domme beslissing geweest, vooral ingegeven door het enthousiasme van het Grote Avontuur. Het gevolg hiervan namelijk was dat ikzelf pas om drie uur voor het eerst een uur ging slapen en Maurits – die al van zes uur ’s ochtends wakker was – pas om vier uur voor eerst kon rusten. We hadden gewoon eerder moeten gaan slapen. Hetgeen ons ook wakker hield op dat traject waren de mega tankers die daar voor de kust in een ankergebied liggen. Soms leek het alsof we er recht op af voeren, dan weer leek er eentje in beweging te komen; het is soms moeilijk die helverlichte zeemammoeten in te schatten.
Toen het weer licht werd en de helblauwe spinaker zich begon af te tekenen tegen een oranje-met-blauwe zonsopgang hebben we onszelf tegoed gedaan aan een eerste warme maaltijd: bami-goreng met pindasaus en een spiegelei. Het lijkt misschien een hoogst ongebruikelijk ontbijt, maar voor ons was het op dat moment perfect. Het voelde helemaal niet aan als ‘ochtend’ of ‘ontbijten’ en het smaakte heerlijk.

Van Noord naar Zuid

Een eind voorbij Ijmuiden doemde ineens een windmolen park op dat niet op onze toch wel recente kaart stond. We bevonden ons ter hoogte van Castricum ofzo en het log gaf inmiddels 75 mijl aan, dus besloten we vlak voorbij die windmolens terug te keren. En toen gebeurde iets ongelofelijks. Net voor we besloten om te keren begon de wind te shiften zodat we de spi eraf moesten halen en zo tegen de tijd dat we gekeerd waren was de wind ook klaar met draaien en kon dat blauwe wonderzeil er weer op om ons terug richting Roompot te duwen. Hiermee moet ik mijn theorie herzien dat je waar je ook gaat altijd tegen de wind in lijkt te gaan. Wij hebben het geluk gehad op deze manier zeker honderdtwintig van de honderdvijftig mijl te kunnen  spinnakeren. Straffe toeren.


Laatste loodjes

Na de middag viel de wind een beetje in en daarmee sneuvelde ook de hoop om voor donker weer in de Roompot te zijn. Met stroom tegen en amper genoeg wind om de spi te bollen zijn we toen door de Maasvlakte gekropen. Maar uiteindelijk pikte de wind weer op en met een cup-a-soup voeren we de duisternis opnieuw in.
We hadden nu een systeem ingevoerd dat ons goed bleek te liggen: twee uur sturen, een uur slapen en dan een uur voor eten, navigatie en wakker worden.
Maurits lag te slapen terwijl ik met achtenhalve knoop onder spi door donkere golven kliefde. Een blik op de kaart leerde me dat de eerste boei van de Banjaard nog maar twee mijl voor ons lag en dat we om in de geul te blijven teveel gingen moeten oploeven om de spi te kunnen houden. Ik twijfelde even: haal ik de spi er in m’n eentje af of wek ik Maurits? Aan deze snelheid had ik nog ongeveer een kwartier om de spi eraf te halen. Ik besloot Maurits toch maar te wekken en riep hem. Geen antwoord. Beetje kloppen op de kuiprand had ook geen effect. Intussen waren vijf minuten verstreken. Ik zette de automaat op en ging naar binnen. Nogmaals ‘Maurits’ en kloppen op de deur maar geen effect. Ik moest nu dringend gaan kiezen tussen het binnenhalen van de spi en het wekken van mijn compagnon. Toen ik uiteindelijk aan zijn hoofdkussen stond te trekken kwam hij weer tot leven. Een beetje suf van de slaap hielp Maurits me de spi binnen te halen. Op het moment dat de spi neer was lag de eerste groene boei vlak naast ons, dus konden we netjes beginnen oploeven, de donkere Banjaard in. Laatste evenement die avond was het bijna missen van één van de onverlichte Roompot-boeitjes. Ik zat met de schijnwerper op het voordek om de boei te zoeken, toen deze plots bakboord opdoemde, terwijl ze stuurboord hoorde te blijven en de kaart aangaf dat de ondiepte er vlak achter zou liggen. We haalden ze nog net en bleven met de schijnwerper zoekend van boei tot boei gaan. We hadden intussen 157 mijl op het log en om in dit donkere geultje niet op te loeven hadden we de zeilen naar beneden gehaald en de motor gestart. Maurits’ fanatisme verbaasde me enigszins toen hij zodra de koers weer bezeilbaar werd, de genua opnieuw begon te heisen. Aangezien ik op dat moment de navigatie aan het doen was, had hij geen besef waar we waren. Groot was dan ook zijn verbazing toen ik nog geen vijf minuten later aangaf dat hij tussen die rode en die groene mocht sturen: de ingang naar de Roompot-sluis. We waren er geraakt. Om één uur lagen we aan de schutting. We hadden 27 uur nodig gehad om deze ‘qualifier’ af te haspelen. Mission accomplished.

Snel nog een pintje en wat babbelen en dan… heerlijk slapen.

The day after

De volgende ochtend voeren we rond acht uur door de sluis en dan – tegen stroom – naar Wemeldinge. Beetje koffie drinken, de zeeland brug door en alvast wat schoon schip maken, zo zag onze ochtend onder zeil eruit. Het was een heerlijke nazomerse zondag en het was druk op de Oosterschelde. We hadden een toch beetje spijt dat we de cAp in zijn box moesten leggen, terwijl andere mensen hun zondagse tochtje gingen doen. Tegen de middag voeren we onder zeil de haven van Wemeldinge in en zat het avontuur erop.
Southampton, here we come! Santander, hasta pronto!

Wijze lessen

Op zich is zo’n qualifier niet alleen verplicht maar ook nuttig – al was het maar om er gerust in te zijn dat je ’t met twee langere tijd uit kan houden aan boord.
Zo hebben we ontdekt dat er een boutje van een scepterpaaltje tegen de spinakerschoot schavielde op de cAp, waardoor na meer dan 25 uur spinnakeren de schoot van deze laatste eruitzag alsof hij ten prooi was gevallen aan kleine knaagdieren.

Zoals gezegd ook zijn we tijdens de qualifier veel te laat begonnen met wachten lopen, wat we in de wedstrijd gaan vermijden als het kan.

We hebben ook geleerd dat elektriciteit een issue gaat worden. Ondanks dat we de vaak lange stukken met de navigatieverlichting uit hebben gevaren (zet uw commentaar maar op een gele briefkaart), de koelkast nooit heeft aangestaan en de binnenverlichting en gps amper, waren de accu’s zo goed als leeg na 27 uur. Ze waren ook niet vol toen we vertrokken, maar vermoedelijk gaan we hier toch nog iets moeten op vinden.

Het was ook een rare vaststelling dat je mekaar zelden tegenkomt aan boord tijdens een tweepersoons langeafstandstocht: als je aan het zeilen bent ligt de ander meestal te slapen en vice versa. Je zit dus net als solozeilers meestal helemaal alleen boven, met dat verschil dan dat je redelijk uitgeslapen blijft ;-).
Laatste leerpunt: brood aan boord is lekker, maar nog lekkerder als je ook iets bijhebt om erop te doen ;-)

Bram Keymolen bemanningslid cAp

 

Ramsgate revisited   door Wim Hermans

 De jaarlijkse oversteek naar Engeland zou dit keer eind augustus plaats vinden. Zoals reeds eerder opgetekend gaat deze traditie immers gepaard met barre omstandigheden en ontberingen. Het verloren roer voor Zeebrugge in een ziedende zee aan lagerwal; zeezieken die dreigden te sterven van ellende, loeiende westenwinden op kop, een verkleumde crew en de doormidden gewaaide spi in het vorige jaar.
Een vertrek in augustus zou naar onze berekeningen garant moeten staan voor een rustig overtochtje met een zuidenwindje van een knoop of 10.
De proviand die Peter, Rob en Toon op de vrijdagochtend aan boord sjouwden zou een buitenstaander hebben kunnen doen vermoeden dat we voor een oversteek naar New York i.p.v. Ramsgate opteerden.
Het zware offshore reddingsvlot, de loodzware PSU’s en de volle watertank deden de rest. De arme Blauwe Knoop lag bijna tot haar gangboorden in het water.
Om 11h00 gingen de touwen los. De wind stond uit het zuidwesten en de koers vanuit Breskens was 270 graden linea recta naar Ramsgate.
De wind schommelde rond de 15 knopen. Met de G3 erop voer de Blauwe Knoop, ondanks haar dikke buik toch nog zo’n 6,4 knopen op 40-45 graden aan de ware wind. De ebstroom maakt daar een SOG van 9 knopen van, waardoor de 85 mijl rap aftelden.
Tegen 18h00 begon de stroom tegen te lopen waarna de SOG langzaam tot 4,5 knopen terugliep. Wijs geworden door eerder geleden ontberingen had eenieder zich dik ingepakt voordat de avondkoude zou toeslaan. Toon bakte het daarbij het bruinst; als Scott zijn kledij gedragen had zou hij nooit doodgevroren zijn. Ik was zelf halfblind vanwege de contactlenzen die ik voor het eerst droeg. Het zout op mijn bril had voor voldoende ergernis gezorgd om de stap te wagen. Tot zover zonder al te veel genoegen.
Rob testte zijn ‘outdoor’ camera zorgvuldig op waterdichtheid door geen enkele rekening met het spatwater te houden. Tijdens het filmen riepen wij hem toe het apparaat maar meteen in zee te gooien omdat dit er toch wel van zou komen. Als een Ketelbink met sterren toverde Peter de ene lekkernij na de andere uit de kombuis.
Door zuinig met de hoogte om te gaan lagen we op 25 mijl voor Ramsgate zuidelijk van de 270 graden lijn. Er was dus hoogte over i.v.m. de verwachte windshift naar het westen. Deze kwam gelukkig niet, maar de hoogte ging toch verloren doordat Rob de boot wat lekkerder vond lopen door lager te sturen.
Dit leidde ertoe dat we voor Ramsgate aangekomen zowaar onze eerste tack moesten maken omdat de haveningang niet meer bezeild was. Dat zat de schipper niet lekker. Zelfs toen we om 02h00 netjes aan de steiger lagen bleef hij erover mopperen. Waarschijnlijk ook omdat de gebruikelijke ontberingen geheel achterwege waren gebleven.
De zaterdag stond als toeristendag ingepland.
Het zou die nacht volgens de Windfinder flink gaan blazen, om in de zondagochtend tot een knoop of 30 en later 25 uit het zuidwesten af te nemen. Met het tij zoveel mogelijk mee zou deze wind garant staan voor een mooie terugtocht. Bedenk dat het dus een bakstagwind is, waarbij we eventueel Nieuwpoort (50 mijl), Oostende, Zeebrugge of Breskens zouden kunnen aanlopen. Het doel was echter de paling in het groen bij restaurant ‘Kiek in de Pot’ te Zierikzee. Om na deze 115 mijl voor sluitingstijd aan te komen, zouden we niet alleen vroeg uit de veren moeten maar ook hard moeten gaan. Qua zeilvoering had ik de genaker (met slurf voor snel binnenhalen) en een enkelgereefd vlak grootzeil in gedachten.  Met 25 tot 30 knopen wind moest de 20 knopen barrière te slechten zijn.
Nee, niet uit macho overwegingen maar gewoon vanwege de paling in ’t groen. Aldus mijmerend slenterden we door de straten van Ramsgate totdat de Royal Yachtclub voor een pint lonkte. Goede ambiance en aardige commodores (vrouwelijke commodore ?). De pint smaakte alsof er reeds 3 keer in afgewassen was.  We sloegen snel op de vlucht naar een restaurant maar eerdere ervaringen met de Engelse keuken deed ons toch maar  besluiten aan boord te koken.  Dat is geen sinecure op de Blauwe Knoop. Omdat ik niet wens af te wassen beschikken we slechts over wegwerpgerei.
Maar goed, op weg naar de butcher zag ik de wind toenemen en ietwat  draaien waardoor ik geen rust meer had en snel naar de boot moest.
Ik was niets te laat want er stond 35 knopen wind in de haven die de boot tegen de steiger liet rijden. Gelukkig kon ik ‘m vrij van de steiger houden.
De buurman vertrok naar de binnenhaven en vernietigde en passant een elektrozuil. Een motorbootvaarder tegenover ons kwam in de hoop paniek te zaaien met overslaande stem melden dat er windkracht 9 voorspeld was.
Nou dan lagen we daar niet fijn. De neus stak wel bijna in de wind maar er stond veel golfslag waardoor het een onrustige nacht zou gaan worden.
Rob en Toon trokken erop uit om van de havenmeester een beschut plekje los te krijgen. Pal achter de grote kademuur was een box vrij. Het afvaren was niet eenvoudig. De spring bleef staan en de neus draaide door de wind. Gas erop en toen……. ging de spring niet los.  Ik kon de punt nog net terug door de wind krijgen zodat we weer tegen de vingersteiger aangedrukt werden.
Daar stonden Toon en Rob inmiddels beiden op waardoor zij tot aan hun knieën zonken. De boot drukte door en dreigde hen te overvaren.
Natuurlijk woei het op dat moment waanzinnige vlagen maar zo is het leven nu eenmaal.  Met hulp van 2 sterke Noren kregen we boot weer door de wind en konden we zonder enige beschadiging in de beschutting achter de kademuur afmeren. Terwijl Peter een gedenkwaardig maal van Engelse Entrecote met champignons, knoflook,  BSE-saus,  pasta en salades bereidde, bekeken Rob en Toon de Windfinder op de computer van de assistente van de havenmeester. De windkracht 9 zou de nacht van zaterdag op zondag passeren om daarna tot een knoop of 25 af te nemen. Peter  besloot een kennis die meteoroloog is te bellen. Hij zou zondagochtend om 06h30 op zijn werk zijn waarna hij ons een uitgebreide voorspelling zou geven.
Alles op de rit dus en konden we aan tafel. De wijnkelder van de Blauwe Knoop werd stevig aangesproken. Het dispuut ging over de evolutie.
Ergens in de weg van aap naar mens moet de ziel het verschil gemaakt hebben. Lichaam, geest en ziel maken de mens. Dieren hebben slechts lichaam en soms ook een geest. De theorie van Darwin hoeft niet strijdig met een religieuze visie te zijn wanneer je de intrede van de ziel als de schepping van de mens ziet. Als je de ziel niet als uniek teken van menselijkheid ziet zul je moeten erkennen dat de mate van mens zijn afhankelijk is van de mate waarin wij geëvolueerd zijn. Aangezien de kans gering is dat de levensomstandigheden voor alle mensen in het traject van primaat tot nu gelijk zijn geweest, zou je moeten concluderen dat dus niet alle mensen gelijk zijn. Het ging er fel aan toe waarbij Rob zich als agnost profileerde en Peter een geheel nieuw licht op de evolutie deed schijnen met zijn stelling dat de meeuw het verst ontwikkelde wezen is, wat wellicht nog wel eens waar zou kunnen zijn als je evolutie alleen zou leiden tot het vermogen om de species in stand houden (of zelfs te laten domineren).
De volgende ochtend bevestigde de meteoroloog wat we al wisten maar had het wel over een klein koufrontje dat in de middag zou passeren. Daar kon wel even wat wind uit komen. Echt niet meer dan zo’n 35 knopen.
Om 08h00 het voeren we het zeegat uit. Omdat ik er toch niet helemaal gerust op was, alleen met de G4 en een dubbelgereefd grootzeil. Voor de 25 knopen die er toen stond was dit veel te weinig en we liepen ‘maar’ 8 knopen. De SOG was 9,5 knoop. De wind begon allengs toe te nemen en we gingen steeds harder. De boot lag perfect op het roer en Toon bereikte de hoogste gemeten topsnelheid van 16,2 knopen door het water.  Bij mij kwam het wieltje van de snelheidsmeter uit het water want tijdens waanzinnige surfen viel die ineens tot een knoop of 3 terug.
Rob’s filmcamera was intussen zover defect dat hij alleen nog maar kon fotograferen, wat hem er niet van weerhield om ook deze laatste functie naar de Filistijnen te helpen. De wind bleef toenemen tot een nagenoeg constante 40 knopen met vlagen van 46, ja daar was dan de windkracht 9. Daar waren zelfs geen contactlenzen tegen opgewassen; Het leek wel of ik een schep zand in mijn linkeroog had. 
Als je dan ziet met welk gemak meeuwen zich gracieus tot wel 30 mijl uit de kust wagen, begint Peter’s variant op de evolutietheorie wat minder vreemd te worden. Maar enfin, deze beesten leiden toch maar een zielloos bestaan. Wat ze overigens niet zielig maakt. Genoeg.
In de buurt van de Westhinder is een kruispunt van shippinglanes. Een tegemoetkomende containerkolos leek het op ons voorzien te hebben en bleef consequent op ramkoers. Om uit deze ‘dans’ te geraken besloot ik de boot aan de wind te draaien. Deze manoeuvre had ik een half uur eerder getest en kon toen de boot zo vrij rustig tegen de golven leggen. Alleen draaide ik nu door een breker en een onoplettendheid mijnerzijds door de wind. Geheel tegen mijn gewoonte was de overloop naar lij aangetrokken waardoor nu het grootzeil en de fok bak stonden. Toon en Peter zaten nu op de voormalige hoge kant tot hun nek in het water en hapten als vissen op het droge naar lucht. In enkele seconden die uren leken te duren waren de schoten en overloop gelost waarna de boot weer recht sprong. Voor de zekerheid de motor bijgezet en even wachten wat het containerschip ging doen. Die passeerde op dermate ruime afstand dat we bijna spijt van onze manoeuvre kregen. Toen de G4 toch maar binnengehaald en op het grootzeil de reis vervolgd.
Dat scheelde wel wat vaart hoewel we toch nog tussen de 9 en 15 knopen bleven varen. Er stond een dermate vieze zee dat ik de keuken van de Yachtclub in Breskens begon aan te prijzen. Vooral het Vlaams stoofpotje deed het goed waardoor Kiek in de Pot het pleit verloor. Ik weet uit eerdere ervaringen dat het bij dit weer geen pretje is om de Roompot aan te lopen.
Om 18h00 lagen we in Breskens aan de steiger. Daar bleek een contactlens dubbelgeklapt in mijn oog te zitten. Na een paar geneeskrachtige kruidenbittertjes werd het tijd om aan tafel te gaan. De mosselen begonnen al wat beter te worden en de stoofpotjes gingen erin als koek.
Resteerde de volgende dag nog een fijn tochtje buitenom naar Sint Annaland.
Aanvankelijk zonder wind. Juist toen haalde ik een nat pak. Toen ik in het gangboord lag te dutten spoelde de hekgolf van een passerende coaster via mijn nek tot in mijn laarzen. Bah. Binnen een kwartier nam de wind van 3 knopen tot 18 knopen toe. Keurig uit het ZWW waardoor we onder spi met de stroom op de kont naar Sint Annaland zoefden.
Peter, Rob en Toon verdienen een excuus van de schipper voor de term landrotten waarmee hij hen ooit aansprak. Ze hebben geen krimp gegeven, geen spat zeeziekte en zoals altijd …… kalm. Zelfs als je even plat ligt blijft gelden; altijd kalm blijven en als je niet kalm bent moet je extra kalm blijven. Verder complimenten aan kok Peter waardoor we ons in een varende Parkheuvel waanden. Stuurman Toon heeft laten zien dat hij niet alleen kan repareren maar ook kan sturen. En we zijn razend benieuwd naar de bezielde  opnamen van cameraman Rob die inmiddels ook een zielboot gekocht heeft. 

Ik verheug me alweer op de oversteek van volgend jaar. 

Wim Hermans

Blauwe Knoop

NED7001  

Topsnelheden in het Kanaal.   http://first317.janwil.nl/goljes.mov
 Maandagochtend Oostende, voorspellingen voor vandaag 2 tot 3 ZW. Het wekkertje gaat om 8 uur en mijn hoofd gaat door het luik om te kijken of we de 3 beaufort halen. Ik heb een hekel aan te weinig wind, maar de vlaggetjes waaien wat onzeker aan de masten dus moet het lukken.  Trossen los want we gaan naar Engeland! Onze eerste oversteek, dus best wel een beetje spannend, we willen naar Ramsgate en met deze wind moet dat toch zeker binnen de 10 uur lukken. Na een half uur wachten gaan eindelijk de havenlichten op groen, we geven gas en hijsen de zeilen. Voordat we op zee zijn, komen we tot de conclusie dat er toch iets meer wind staat……zeker 17 knopen. Snel het voordek op en de genua II verwisselen voor de III, en zeilen maar. Nu eerst maar wat hoogte pakken zodat we later misschien op een iets comfortabele koers kunnen eindigen. Na een uurtje zeilen is de windmeter niet meer onder de 20 knopen gekomen en hij zal later een paar keer de 27 knopen aantikken. We zijn met twee en missen gewicht in de reling. Harry (onze stuurautomaat) kan de hoge golven niet aan en dus zal ik het de komende uren moeten doen met mijn rechterarm. Soms even naar binnen om de koers te controleren en dan snel het roer overnemen van Sophie, want zij had nog steeds de oorspronkelijke weersvoorspelling van 3 beaufort in haar hoofd. De boot blijft boven de 6 knopen en dat belooft dat we binnen de 9 uren gaan binnen komen. Het laatste stukje gaat de wind wat krimpen zodat we met een heel licht knikje in de schoot over de 7 knopen kunnen. Gelijk met ons is er een sportieve 35 voeter  vertrokken en deze zal een half uurtje eerder in Ramsgate binnen komen. Onze cAp (first 31.7) heeft zich goed gedragen op deze aan-de- windsekoers maar heeft liever in deze golven een iets ruimende wind. Maar de conclusie is dat we goed ons best gedaan hebben.

Ramsgate is zeker de moeite waard, hier nog echt vriendelijke mensen en alles is hier echt nog Engels. De gezellige pub’s en restaurants doen er alles aan om het vakantie gevoel compleet te maken. Eigenlijk zouden we hier maar twee dagen blijven hangen om dan via Dover, Boulogne (Fr) en Belgische kust terug te varen naar de Zeelandse wateren. Maar de stevige zuidwester die goed is voor 7 à 8 beaufort houdt ons zonder enig verdriet in Ramsgate.
Als na drie dagen de voorspellingen iets gunstiger worden beslissen we dit aangenaam Engelse kustplaatsje weer te verruilen voor het Belgische Oostende.
Nu gaan we het deze keer wel even anders doen. We dachten op heenreis wel even onderweg een boterham te smeren. Nu kan ik melden dat dat met windkracht 7 niet echt een pretje is. En wat ook mis ging is dat de spanners van de hoofdwanten aan lij vanzelf losdraaiden. Nu hoor ik de gemiddelde toerzeiler al denken: “zitten er dan geen splitpennen in???”  Nou nu wel! Als “wedstrijdzeiler” is het namelijk een hobby om met je mast te prutsen en om dan elke keer deze pennen te vervangen, kost alleen maar extra tijd. En geloof me ik ben niet de enige zeiler zonder deze splitpennen. Nu hoor ik de gemiddelde wedstrijdzeiler zonder splitpennen denken: “dat loskomen valt toch wel mee?” Nou niet echt, ik kon er bijna een knoop in leggen. En geloof me met windkracht 7, een stakende Harry en Sophie die aan een bikini tripje zat te denken, is het geen pretje om je mast trimmen.

Donderdagochtend, weer gaat het wekkertje en dit keer iets later want we hebben geen haast en we kennen immers het parcours. Even de Port Control om toestemming vragen om uit te varen en daar gaan we weer.
Veel te lang stilgelegen en dus moet ik mijn schuldgevoel tegenover cAp vandaag goedmaken.
De voorspelde 5 tot 6 zal ons daar zeker bij gaan helpen. Omdat het nu nog maar 12 knoopjes waait, gooi ik nog even voor de show de spinakker omhoog. Tot 90° graden aan de wind en zeker wat gewicht te kort blazen we naar de eerste snelweg voor de containerscheepjes. Als de wind vrij spel krijgt omdat de krijtrotsen van Dover hem niet meer kan pesten, moet ik mijn spi’tje eraf halen. Met een genua II en een vol grootzeil gaan we met een halve wind op weg naar België. Onze snelheid is goed en omdat deze nog niet onder de 7 knopen is geweest, verwachten we deze keer enkele boterhammen over te hebben. Na drie uur varen begint het echt te waaien!!!
25 tot zelfs 33 knopen. We kunnen steeds ruimer aan de wind varen en ik denk dat we snel ons persoonlijk snelheidsrecord kunnen gaan verbreken. Deze staat namelijk op “ nog maar” 12.6 knopen.

Zalig zeilen op onze cAp en als ik Sophie daar ook van kan overtuigen, wil ze wel even het roer van mij overnemen om mij een nodige sanitaire pauze te gunnen. Binnen in de boot is het als een droom, als je de warm waterkraan en de witte leren kussens vergeet denk je bijna dat je in een echte racemachine zit. Het zingen van de boot met deze snelheden klinkt als muziek in de oren. Ik schommel naar de natte cel totdat ik opeens een ander geluid hoor!!! Vanuit de kuip klinkt een gegil. Wat is er nu aan de hand? Mast naar beneden? Zeil gescheurd? Of nog erger Sophie overboord? Snel steek ik mijn hoofd door de ingang en zie een smile op het gezicht van mijn kersverse echtgenoot.
Wat is er, roep ik.  13 knopen, roept ze. 13 knopen, vraag ik mezelf af. Ons bootrecord is verpulverd.
Snel ben ik weer aan het roer, want laten we eerlijk wezen; ik ben hier wel de zeiler hè. Ik wil niets missen van dit spektakel. Om me heen kijkend zie ik dat de Noordzee onrustig is, de toppen van de hoge golven worden door de zon lichtblauw opgekleurd. Ik kijk achterom en zie het water vlak achter de spiegel omhoog spuiten. Dit is zeilen!!! Een aantal keer lijkt alsof de boeg wil opstijgen en de 14 knopen worden geëvenaard. Water spuit bij de boeg omhoog en weer klimt deze omhoog.
 De snelheid loopt op 14, 14.5, 14.9, 15 en dan uiteindelijk een top van 15.9 knopen.
En als ik nu eens in plaats van te gillen de schoot van het grootzeil had aantrokken om de giek uit het water te trekken had er nog meer in gezeten. Dit is een geweldige boot. Dit is een geweldige overtocht.
Binnen zes en half uur komen we de haven van Oostende binnen varen.
Met zwaarweer zeilkledij om ons lijf met zout op alle plaatsen van ons lichaam leggen wij de boot vast. Vanuit de kuip kijkt een koppel even nieuwsgierig over de rand van hun boek heen.
Ik kijk omhoog naar de vlaggetjes die wat onzeker waaien aan de masten van de boten en wij……..wij gaan eens goed uiteten.

 

Sophie en Maurits

cAp

 

 

 

Naar Engeland.(adri van de velde) Foto`s en filmpjes Engelandtocht Villa First
 

Wat vooraf ging;
Ik ben 55 en zeil nu zo`n 25 jaar, begonnen in een Vaurien,vervolgens Valk, Wing ,Zeeton 720 (met eerste wedstrijdervaring) en 11 jaar J24 en kort een Tempo 850
Veel varen in Zeeland en met de J achter de bus door heel het land crossen dus niet veel zee-ervaring behalve als opstapper.
Naar Engeland zeilen is dan zoiets van; dat wil ik toch ook nog wel eens een keer.
Met die gedachte lopen er nog wel een paar rond bleek toen ik het idee opperde met de First naar Engeland te gaan of toch in ieder geval naar de Belgse kust.
Vincent bemanningslid en eigenaar van een Pogo850 en Paul bemanningslid en eigenaar van de Bitje hoed (First 31.7) hadden daar ook wel oren naar terwijl dochter Marianne met vriend Ruud dat ook wel zagen zitten.
Met Pinksteren moest het dan maar gebeuren, Paul met z`n eigen boot en bemanning Marc en Gijs en wij Villa First met Vincent, Marianne en Ruud.
Dit aangekondigd op het forum leverde gelijk reacties op, de rest is te lezen op het forum.
Behalve dat je dan de nodige voorbereidingen moet treffen zoals kaarten, veiligheidslijnen,reddingsvlot en een hoop voedsel is natuurlijk het volgen van het weerbericht redelijk van belang.
Als je dit nog nooit hebt gedaan wil je natuurlijk ideaal weer zoals kracht ca 4 en bezeild.
Dat bezeild ging wel want we zijn in vier dagen zeilen niet één keer overstag gegaan (ongelooflijk maar waar) maar de kracht was zeer uiteenlopend.
Op pad
Vrijdag de 13e(!) stonden we op de steiger van Colijnsplaat waar het al redelijk klapperde en floot zoals je dat vlug hebt in een haven met vele masten.
Voorspelling; 5-6 NO mogelijk meer en mogelijk wat regen.
Ideaal dus eigenlijk om naar Engeland te gaan dat heb je niet zo dikwijls maar omdat het onze eerste keer was hadden we zo onze twijfels.
De Innamoramento besloot om in ieder geval naar Oostende te gaan.
De Blauwe knoop ging maar gelijk door naar Ramsgate (zie verslag elders)
Bitje hoed en Villa First hebben eerst maar eens koffie gedronken en besloten om naar de  sluis te varen en boven Walcheren te kijken wat te doen.
Nou zodra je de haven uit bent en met ruime wind gaat zeilen blijkt het alles mee te vallen.
In één keer naar Ramsgate zagen we niet zo zitten omdat we dachten daar in het donker aan te komen met mogelijk regen dus minder zicht en ook nog een onbekende haven.
Dus we gaan naar Oostende, aanvankelijk ruime wind en later plat voor de wind.
Voor Walcheren stonden nog niet echt golven en omdat het geen wedstrijd was hebben we met vol grootzeil en Genua3 uitgeboomd de reis volbracht.
De golven werden toch wel steeds iets hoger zodat we ook een bulletalie aan de giek hebben gemaakt die liep van aangrijpingspunt van de neerhouder door de voorste kikker aan de preekstoel en terug naar een klem in de kuip om altijd los te kunnen gooien in geval van nood, op een filmpje is dit wel een beetje te zien.
Onderweg even de stemming bij Paul gechekt maar alles OK en naar de zin.
Vincent bleek de ideale man aan de navigatetafel met veel voorbereiding zoals aanloop Oostende regels,aanmelden e.d. toch allemaal dingen die je als wedstrijdzeiler niet zo dikwijls doet blijkbaar en waar je vlug overeen kijkt maar wel belangrijk voor dit soort werk.
Lekker ontspannen varen dus terwijl in de havenmonding nog een baggeraar kabels had gespannen dwars over de haven zonder zwaailicht o.i.d.
Bij de Royal Yacht Club lagen al Innamoramento en Kato die dus ook het plan hadden naar Ramsgate te gaan,leuk.
S`avonds ergens gegeten zonder bediening maar alla niet zeuren.
Maar nou het weerbericht voor de andere dag, tegenspraak aan alle kanten.
Afspraak om 7 uur bij elkaar komen en bespreken wat te doen en de route.
Op tijd opstaan met al behoorlijk wind, nog even gewacht tot de havenmeester met het weerbericht kwam; wind NO 6-7 met stoten tot 9  golven 2-3 m !!
Oei, dat is nou niet direct wat je voor de eerste keer voor ogen hebt dachten we.
Nog eens gepraat, Kato haakt af, Bitje hoed ook,Innamoramento en Villa First zeggen;gisteren viel het ook zo mee vandaag misschien nu ook wel dus we gaan onderweg en kijken wat het wordt na een uur kun je altijd nog terug.
Gestart om 9 uur vanuit de haven met grootzeil met 1 rif, buiten de Genua 4 erbij en dat ging best goed.
We liepen al snel rond de 8 knopen dus best wel lekker.
Toen zagen we de Innamoramento afvallen, hé die gaat terug en riep ons later over de marifoon op en zij gingen naar Nieuwpoort.
OK wat doen wij? We gaan door, we wilden naar Engeland en dit is onze kans.
Andere opties waren terug en Oostende bekijken o.i.d. geen trek in!
Maar we hadden nog wel ca 60 mijl af te maken en dat bleek geen sinecure.
De golven werden steeds hoger en steiler de snelheid trouwens ook dikwijls over de tien kn.
De wind kwam van 120 graden t.o.v. de boot dus niet dwars en ook niet achter.
Dat was redelijk comfortabel want je zag de golven zo`n beetje komen en kon goed afvallen om snelheid te maken.
Na een paar uur diende zich de eerst zeezieke aan die het toch wel een beetje moeilijk had met de heftige bewegingen van de boot en je kunt dan als bemanning alleen maar zitten wat het niet leuker maakt.
Wat dat betreft was ik dankbaar dat Vincent ook “stormproof” bleek want die ging gewoon door met posities en koersen.
Zelf ben ik ook niet zo`n held binnen in een bewegende boot dus dat kwam goed uit.
Op een gegeven moment nam de wind inderdaad toe tot 30- 33 kn dus tijd voor een tweede rif wat vlot gezet was.
De vaart werd er niet minder om regelmatig 11-12 kn van de golven af terugzakkend naar 8-9 en daar kwam de volgende alweer.
Voor een zeiler geweldig natuurlijk en dat ging maar door met als top 14.3 kn.
Ergens in het midden, een bank met iets van ratel (het door Vincent bij gehouden logboek heb ik niet bij de hand) kwamen er zulke rare golven met zwart water aan die leken van alle kanten te komen en dat was even niet zo heel gemakkelijk maar voor de rest gaat een 31.7 als een speer, makkelijk te houden en te bemannen.
Ik heb de lijschoot naar boven gehaald wat in dit geval ideaal was omdat je dan niet naar beneden moet om te verstellen, je kunt het zelfs als stuurman met de selftailinglier naast je.
Die dag zijn er tijdens het zeilen geen foto`s of filmpjes gemaakt wat jammer is maar daar waren we niet zo mee bezig.
De golven liepen op tot wel een paar meter denk ik meer dan ik ooit had gezeild en ik vond het buitengewoon enerverend en indrukwekkend
Na een uur of vier vijf zeilen op die manier ga je het toch wel voelen en dan komt het op doorzetten aan wat we gedaan hebben.
Als je eenmaal de trafficlane over bent wat niet zo moeilijk was heb je het ergste wel gehad en ga je kijken of je al land ziet.
Dat is toch wel stimulerend en kenmerkend voor zeezeilen is dat de afstanden en zeiltijden veel langer zijn dan wat je gewend bent.
Uitspraak van de dag was van Vincent; Het is niet ver meer, nog maar twee uur varen.
Als je dan niet helemaal top in de reling zit is dat een mededeling die anders over komt dan bedoelt.
Bij mezelf was het fitte er ook wel af en kreeg een zere rug en schouder van het sturen en af en toe kramp in een been.
We zien land en ook de kleur van het water verandert.
Hoera voor de GPS want als je alles op je kaart moet intekenen en inschatten is het met dit weer toch wel even anders.
We lopen om 4 uur Ramsgate binnen, bijna 60 mijl in 7 uur niet slecht toch? waar we de accu overzetten omdat de andere te weinig leverde om te starten,toch geen safe systeem vind ik want voor de Zeelandbrug heb ik ook al eens zonder gelegen.
Maar goed we doen de zeilen naar beneden en meren af op een voorlopige plek waar ik ook mijn enkel nog even verstuik, kwestie van vermoeidheid denk ik.
Ik was toch wel behoorlijk gesloopt en heb eerst maar eens een uurtje gepit terwijl de jongelui de boel hebben geregeld bij de havenmeester e.d
Nadien alles opgeruimd en gedroogd want er kwam nogal eens water over.
s`avonds even rondgelopen/gestrompeld en ergens heel lekker gegeten,dat kan je toch overal wel geloof ik.
Maar we zijn in Engeland en dat wilden we toch?
Ze rijden er echt aan de verkeerde kant,dat ziet er niet uit.
Na een diepe slaap en uitgebreid ontbijt rond 10 uur met prachtig weer en lichte wind vertrokken naar Oostende.
Waarschijnlijk waren we allemaal een beetje moe want het ging niet zo best en de wind viel ook nog regelmatig onder de 8 knopen dus niet veel gang in de zaak en het was ook koud.
We hebben regelmatig gemoterd  om er te komen, ergens voor de kust van België zagen we een bruinvis o.i.d..
Om 10 uur waren we in Oostende waar we op de boot soep en brood hebben gegeten en zijn gaan slapen.
Maandag om 10 uur weer vertrokken naar Colijn met een spirak van Oostende tot Domburg prachtig windje van 9 – 15 kn.
Daar zagen we ook een “prauw”zeilen van een duitser die rond de wereld wilde zeilen maar de andere dag stond hij in de krant dat hij gestrand was en de boot kapot.
Kan beter een 31.7 kopen want als er één boot OK is …………………!
Om half zes de sluis en zeven uur in Colijn veilig en wel en zeer voldaan.
We zijn naar Engeland geweest, heerlijk en spannend gezeild, grenzen verlegd, fantastisch!!
Met dank aan Vincent voor zijn onontbeerlijke kwaliteit als navigator  en humor en Marianne en Ruud voor hun jeugdig enthousiasme en support.
Dit doen we “zeker en vast” nog een keer.

Adri van de Velde a.b. Villa First NED 7079

Alvast een ruwe versie foto en filmmateriaal
 

Blauwe Knoop naar de overkant
 

Mijn eerste poging Engeland per zeilboot te bereiken was er een om niet te vergeten.
Met mijn Jeanneau Fantasia kruisten we destijds met z’n vieren eind september moeizaam 24 uur lang tegen een steeds maar toenemende westenwind vanuit Stellendam richting Harwich. Toen de Engelse kust maar niet in zicht kwam vielen we af richting Zeebrugge. Van de golven af surfen tot het aangehangen roer op 40 mijl van de kust  roer afbrak. Er woei intussen een oerend harde NW wind (een windmeter hadden we toen niet) en we kwamen dwars op de brekers te liggen. Foute boel maar gelukkig was mijn broer aan boord die als echte werktuigbouwkundige van een kastdeur een noodroer wist te fabriceren. En dat terwijl we meer plat lagen dan rechtop dreven.

Voor de veiligheid ook maar de kustwacht gewaarschuwd die onmiddellijk een helikopter zond. Ook lag er binnen een half uur een coaster langszij. We hadden echter vertrouwen in onze technicus en bleven aan boord. In het ergste geval zouden we toch gewoon aanspoelen en een stukje moeten zwemmen. Bovendien had ik niet voor niets een reddingsvlot gehuurd. Het noodroer stak echter maar een centimeter of 15 in het water en voelde zo fragiel dat je nauwelijks kon sturen. Door de fok met 2 man te bedienen en steeds bak te trekken wanneer we uit het roer liepen konden we een soort zigzag koers voor de wind varen. Het éénpittertje stond bij en produceerde constant een waarschuwingspiep maar bleef gelukkig lopen. We voeren 3 knopen over de grond zigzag richting Zeebrugge. Het noodroer brak enkele keren en moest dan weer door een andere plank vervangen worden. Eén van de matrozen kwam zich beklagen dat hij door alle herrie geen oog dicht deed en of we niet wat rustiger konden varen. De hand-GPS had zelden ontvangst en het ‘poor GPS coverage’ prijkte steevast op het kleine schermpje. Als ie even ontvangst had moest je de coördinaten snel opschrijven en de positie intekenen. Voor Oostende stond een vreselijke zee. De wind was intussen noordwest en blies zeker 40+. Onweers- en hageluien maakten het feest compleet.

De golven kwamen tot de zaling en bulderden over de boot. De havenmonding van Zeebrugge leek gekrompen tot minimale proporties. Die nacht voer er naar onze beleving om het kwartier een lichtkasteel naar buiten waardoor we steeds maar weer terug moesten. Nadat iedereen zijn kostbaarheden in een waterdichte zak aan zich gebonden had doken we uiteindelijk de havenmonding in. De matroos die eerder niet kon slapen zat klaar met zijn duikpak aan (zonder loodgordel). De anderen droegen zelfs hun zwemvesten !

Het ging goed en we waren blij. Vervolgens voer ik in havenkom alsnog bijna op die nare betonblokken omdat mijn bril begon te drogen en van het zout ondoorzichtig geworden was. Toen de bemanning voor het aanmeren naar voren ging voeren we weer bijna schade; door het gewicht voorop stak het roertje niet langer in het water en dreven we stuurloos in de box. Na 40 uur op zee hebben we goed geslapen.  

Toen Adri vrijdagochtend zei dat het ging waaien maakte ons dat dus niets uit. Na zo’n avontuur kijk je niet meer zo snel van wat wind op. Mijn broer de technicus en mijn zwager waren de bemanning. Beide inderdaad landrot en geen regelmatige zeilers maar wel kerels uit één stuk die altijd kalm blijven.

We voeren vrijdag om 10.00 uur uit de Roompotsluis richting Ramsgate. Er stond 20 tot 25 knopen NO en we zetten het volle grootzeil en de spi. Achterstag een beetje door om de mast te helpen en het grootzeil en de spi lekker bol. We voeren zo’n 10 knopen door het water en 12 over de grond. De wind begon toe te nemen tot 30 knopen met vlagen van 35. Dit was super varen, 13 knopen en in surfen tot een record van 16,5

Ik waande me weer helemaal op m’n Tiga slalom van vroeger. Helaas kruiste een Ferry bij de Westhinder onze koers. Gijpen in deze omstandigheden vond ik geen optie en we besloten op te loeven. Juist, dat kostte dus een spi die knallend aan flarden woei.

Enfin de Ferry hebben we niet geraakt. Toen de Genua 4 gezet. Grootzeil bleef vol (en lekker bol). De golven hadden intussen een prachtig formaat gekregen en we voeren ze met bakstagwind op. Door tijdens het afrijden op te loeven hielden we druk in de zeilen  waardoor we steeds zo’n 5 minuten topsnelheden tot wederom 16,5 knopen maakten. Door op te loeven voorkom je ook dat de boot zich in een volgende golf boort. Dit is met deze snelheden niet fijn; de boeg is dan gewoon onder water en het buiswater spuit je zowat uit de kuip.

De boeggolf zat ergens ter hoogte van de kiel. Wat jammer dat er water in de tank zat en ik zoveel blikken proviand voorin gestouwd had. Wellicht was zonder dit gewicht voorin nog wat meer snelheid mogelijk geweest. Zo zigzaggend waren we voor zessen bij de aanloop van Ramsgate. Door het water hadden we toen 90 mijl gevaren.

Eerst motor bij en voor de wind varen het grootzeil geborgen. Op G4 en motor bij de aanloopgeul en havenkom in. Daar de G4 eraf en aanleggen maar. Dankzij wat stuurfoutjes was de G4 een aantal keren gegijpt waardoor er 2 zeillatten van de G4 gebroken. Het grootzeil was natuurlijk met een bullettalie gezekerd.

 

De volgende ochtend om 11.00 uur richting Belgische kust vertrokken. Er stond weer 30 knopen wind en we voeren met de G4 en dubbelgereefd grootzeil omdat we het comfortabel wilden houden. Ik had bij het uitvaren m’n zeiljas nog niet aan en de eerste de beste golf doorweekte me tot op ’t bot. Brrrrrrr, dus voortaan echt eerst inpakken en dan wegwezen.

De koers was 50 graden aan de wind en het tij en het verlijeren maakte daar een koers over de grond van 70 graden van. Niks comfortabel dus. We kregen het grootzeil niet lekker aan de praat en liepen in vlagen uit het roer.

Zelfs met de overloop naar lij bleven we te veel helling houden. We liepen 6,5 tot 7 knopen door het water. Om het grootzeil te sparen hebben we het weggenomen en zie;  de snelheid liep op tot 7,5 knoop en we zeilden veel rustiger. Wel liep er tot een uur of 3 flink wat stroom tegen. We kwamen 4 zeilboten tegen maar het waren geen 31.7’s.

Ik had het erg koud en we hadden stevige trek dus kozen we voor Nieuwpoort waar we na wat stroming mee om 20.00 uur binnenliepen. Toch niet slecht, 62 mijl (door het water) in 9 uur. Die avond smaakte de vissoep en cote l’os bij restaurant la Marée grandioos.

Voor de volgende dag was er 2 Bft. voorspeld en we vetrokken om 9 uur met de G1 erop. Aeolus had het weer op ons voorzien en blies al snel 20 knopen waardoor de G3 erop moest. Fantastisch zeilweer. Blauwe hemel 7,5 knoop door het water op 40 – 45 graden aan de wind en de koers om de Botkil (voor West-Kapelle) bezeild. Natuurlijk wel stroom tegen maar dat kon de pret niet drukken.

Bij de Botkil naar het oosten richting Roompot en de Genaker erop. De wind zakte in tot 10 tot 12 knopen maar we voeren nog steeds boven de 7 knopen. Er brak grote ongerustheid uit toen een Bavaria 32 voeter in het zicht bleef. Bleek gelukkig z’n motor bijgezet te hebben.  Om 19.30 met hoogwater bij de Zeelandbrug die zo aardig was pas om 21.00 uur te openen. Om 22.00 uur weer terug in Stalland met 225 mijl op het log. We hebben nog een goed glas wijn op deze fantastische tocht gedronken. En vooral op de First 31.7; een geweldig schip dat, afgezien van enkele (naar ik hoop) kinderziektes, bewezen heeft dat het naast racer en familieschip ook nog eens deksels zeewaardig is. Wel zonde van m’n spi.  

Wim Hermans
 

Herfst vakantie met de Lovis.
Eind september fiets ik om 8 uur ’s morgens van mijn werk naar huis en zie hoe de ochtend zon alles een mooie herfst gloed geeft. Dan kruipt meteen dat herfstvakantie gevoel door mijn hele lijf. “Nog een paar weekjes en dan gaan we lekker nog een weekje met de boot weg.”
Maar dat het herfstvakantie gevoel zo apart zou voelen dit jaar had ik niet verwacht.
Het is 15 oktober. Ik breng Arnold naar Chris Stouten, want die varen de Breskens- Antwerpen race. Wij zien elkaar dan weer op zondag bij Bruinisse. Ik rij meteen door om de Lovis alvast vakantie klaar te maken. Bagage en bootschappen aan boord en water tanken. Meteen even naar Oudorp luisteren wat voor weer ze voor morgen opgeven. Zuid west 4! Dat is prachtig! We hoeven niet binnen door (Met de Haringvlietbrug buiten dienst is dat een heel stuk om). Voor ik weer terug naar huis ga heb ik nog een schippers meeting met Marco en we besluiten om de Lovis en haar ‘escortschip’ de Anne Mare weer eens lekker door het Slijkgat te laten glijden.
’s Avonds ben ik om 1 uur weer terug aan boord met mijn steun en toeverlaat Ronja. Voor het eerst ga ik samen met mijn dochter van 13 de zee op. We hebben er zin in!
Om 7.45 uur gaan de trossen los en varen we naar de sluis. De Anne Mare (een first456) komt een klein kwartiertje later. We liggen met nog twee boten in de sluis. Ronja is behoorlijk geïrriteerd omdat de schipperse van een Dufour 34 haar niet serieus neemt. Voor Ronja was dit het meest spannende. “Ma die de sluis in moet varen. Dat zeilen op zee dat kunnen we wel, maar pa sluist altijd!” Het ging allemaal goed en we trekken meteen de zeilen omhoog. Met een prachtig windje varen we richting de SG5 waar we koers verleggen naar de SH kardinaal. Knikkie in de schoot en gaan. Ronja doet de navigatie en dat kan ze prima.
Bij de Banjaard snijden we de eerste boei wat af, want daarna moeten we kruisen. De Anne Mare vaart een paar mijl voor ons en achter ons vaart die Dufour. Als we overstag zijn gegaan en weer terug varen naar de rode boeienlijn, horen we op de marifoon: “Lovis -- Anne Mare.” Ronja die de binnen diensten deed ging antwoorden. Een beetje zenuwachtig, want ze had dat natuurlijk nog nooit gedaan. Ze is daar eigenlijk nog te jong voor, maar als er wat zou gebeuren moet ze toch ook weten hoe een marifoon werkt. “Anne Mare, hier de Lovis—77”.
Van uit de kuip, met de helmstok in de hand geniet ik van het gesprek dat Ronja met Marco voert. “ha Ronja, gaat het goed?”
 “Ja hoor, alles gaat prima!” 
“Jullie mogen bij de rode boeien die jullie nu aan lopen niet afsnijden hoor”. (Die gozer ziet ook alles hè? )
 “Nee Marco, dat waren we ook helemaal niet van plan!”
Mooi hè!
We kruisen zo de Banjaard door. Ronja liert als een speer die Hi Aspect binnen. Er staat inmiddels een kleine 5, maar we kunnen de Lovis prima mannen (of is het vrouwen).
Bij de GB 8 steken we door en met de GB 9 haaks gaan we overstag, zo naar de oude Roompot. Ronja kon het haarfijn vertellen. Met een knikkie in de schoot blazen we verder naar de sluis, waar Marco en Jantien (van de Anne Mare)ons al op wachtte.
Met een fantastisch gevoel in mijn hele lijf meren we de Lovis langszij de Anne Mare. Wat is dat enorm gaaf om een keer te mogen (kunnen) doen. Samen met Ronja deze prachtige zeiltrip maken. We hadden ook bijzonder mooi weer. Perfecte wind en een zonnetje!
Ronja d’r dag kon helemaal niet meer stuk toen die dufour met die mevrouw die naar Ronja keek van; blijf uit hun buurt, want die kunnen niet varen!, drie kwartier later dan ons binnen kwamen. Wie kan er hier nou niet varen!

Perry de Maa. (schipperse van de Lovis)
Lovis op de Oosterschelde tijdens een Beneteauclub evenement